Categorie Archief: FNS en NAH
-
Tinnitus en je zenuwstelsel: waarom rust niet altijd helpt
Reacties uitgeschakeld voor Tinnitus en je zenuwstelsel: waarom rust niet altijd helptEen hoge, aanhoudende toon. Soms zacht op de achtergrond, soms zo aanwezig dat je er niets anders meer naast hoort. Je hebt geprobeerd het te negeren. Je hebt oordoppen gekocht, een stille kamer opgezocht, gehoopt dat rust het zou laten wegtrekken.
En dan merk je iets vreemds: in de stilte lijkt het juist harder te worden.
Dat is geen inbeelding, en het is ook niet omdat je “er te veel op let” op de manier die mensen soms suggereren. Het is een bekend en goed onderzocht mechanisme, en het verklaart meteen waarom de meest voor de hand liggende oplossing, stilte opzoeken, vaak averechts werkt.
Waar tinnitus begint, en waar het blijft hangen
Bij de meeste mensen ontstaat tinnitus door iets in het gehoor: gehoorschade, langdurige blootstelling aan harde geluiden, een infectie, soms zonder duidelijke aanleiding. Zover is het verhaal simpel: er gaat iets mis in het oor.
Maar bij aanhoudende, chronische tinnitus verschuift het probleem. Onderzoek laat zien dat het niet langer alleen het oor is dat het geluid “produceert”. Je brein raakt betrokken, specifiek de gebieden die geluid verwerken én de gebieden die emoties reguleren, zoals gebieden die ook een rol spelen bij stress en aandacht. Die twee netwerken raken met elkaar verweven, waardoor het geluid niet alleen gehoord wordt, maar ook emotioneel gewicht krijgt.
Dat is precies waarom de ernst van tinnitus vaak niet samenhangt met hoe hard het geluid objectief is, maar met hoeveel aandacht en stress je brein eraan koppelt.
Waarom stilte het soms erger maakt
Je brein is voortdurend bezig met filteren: van alle prikkels die binnenkomen, worden de meeste weggefilterd voordat je ze bewust opmerkt. In een drukke omgeving met veel geluid, verkeer, gesprekken, muziek, heeft dat filtersysteem volop concurrerende signalen om tussen te kiezen. De tinnitus is er nog steeds, maar hij moet strijden om aandacht.
In volledige stilte verdwijnt die concurrentie. Er is niets anders om je aandacht op te richten, waardoor het ene overgebleven signaal, de tinnitus, juist meer op de voorgrond treedt. Niet omdat het geluid zelf harder wordt, maar omdat je brein er relatief meer gewicht aan geeft wanneer er niets anders is om op te focussen.
Dat verklaart ook waarom volledige rust en prikkelvermijding, hoe logisch het ook voelt, bij aanhoudende tinnitus zelden de oplossing is. Het is hetzelfde patroon dat we ook bij andere vormen van een overbelast zenuwstelsel zien: vermijden lost de onderliggende gevoeligheid niet op, het houdt hem soms juist in stand.
De rol van kaakklemmen en bruxisme
Er is nog een trigger die vaak over het hoofd wordt gezien: kaakklemmen, ook wel bruxisme genoemd. Dat kan overdag zijn, onbewust je kaken op elkaar klemmen tijdens een geconcentreerde taak, of ’s nachts, met tandenknarsen in je slaap.
Het kaakgewricht ligt vlak voor je oor, gescheiden door een dun stukje bot. Spanning in de kauwspieren en het kaakgewricht kan daardoor letterlijk doorwerken op structuren die dicht bij je gehoor liggen. Onderzoek uit 2025 laat zien dat mensen die zowel kaakklachten als bruxisme hebben, vaker en heftigere tinnitus ervaren dan mensen zonder kaakklachten.
Nog interessanter: een recente studie liet zien dat een gerichte behandeling van kaakklemmen en kaakgewrichtsklachten de ernst van tinnitus aantoonbaar kan verminderen, gemiddeld met bijna 20 procent op een gevalideerde tinnitus-vragenlijst. Dat onderstreept dat tinnitus niet altijd alleen een kwestie van oor en zenuwstelsel is, je kaak kan een net zo belangrijke factor zijn.
Herken je dat je kaken vaak gespannen aanvoelen, dat je ’s ochtends met pijn in je kaakgewricht wakker wordt, of dat je tanden zichtbaar slijtage vertonen? Dan is het de moeite waard om ook naar dit spoor te laten kijken, naast de aanpak gericht op je zenuwstelsel.
Wat wetenschappelijk gezien wél helpt
Het doel van een goede aanpak is meestal niet het geluid volledig laten verdwijnen, dat lukt niet altijd, maar het veranderen van de relatie die je brein met het geluid heeft. Twee benaderingen zijn hierin het best onderbouwd:
Cognitieve gedragstherapie (CGT) richt zich niet op het geluid zelf, maar op de stressreactie en de aandacht die eraan wordt gegeven. Onderzoek laat zien dat dit de last die mensen van tinnitus ervaren, aantoonbaar kan verminderen, ook als het geluid zelf blijft bestaan.
Geluidstherapie en gewenning (habituatie) werkt in dezelfde richting: door je brein geleidelijk te laten wennen aan het geluid, in plaats van het te vermijden, vermindert de mate waarin het geluid je aandacht blijft opeisen.
Beide benaderingen delen hetzelfde uitgangspunt: niet vechten tegen het geluid, en niet vluchten in stilte, maar je zenuwstelsel geleidelijk laten wennen aan de aanwezigheid ervan.
Waarom dit bij hetzelfde systeem hoort
Dit patroon, een prikkel die door een overbelast, gevoelig geworden zenuwstelsel wordt uitvergroot, komt overeen met wat we beschrijven in ons artikel over de allostase-theorie. Een zenuwstelsel dat langdurig onder druk heeft gestaan, reageert nu eenmaal sneller en heftiger op prikkels die het voorheen makkelijker kon relativeren. Dat is ook waarom tinnitus vaak samen voorkomt met, of verergert tijdens, periodes van stress, burn-out of overbelasting.
Hoe wij hierbij helpen
Bij het Centrum voor SOLK behandelen we tinnitus niet los van de rest van je systeem. We kijken naar hoe je zenuwstelsel als geheel functioneert, en helpen je stap voor stap een andere relatie met het geluid op te bouwen, in plaats van een strijd die zelden te winnen is.
Herken je dit patroon, en heeft stilte en vermijden tot nu toe niet geholpen? Neem contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen kijken we wat voor jou een realistische aanpak is.
Wetenschappelijke bronnen
- Aazh H. Cognitive Behavioural Therapy (CBT) for Managing Tinnitus, Hyperacusis, and Misophonia: The 2025 Tonndorf Lecture. Brain Sci. 2025;15(5):526.
- Mazurek B, Steinmetzger K, Boecking B, Hesse G, Brueggemann P. Tinnitus – aktuelle Entwicklungen. HNO. 2025.
- Guidi J, Lucente M, Sonino N, Fava GA. Allostatic load and its impact on health: a systematic review. Psychother Psychosom. 2021;90(1):11-27.
- Bousema E, Dijkstra PU, van Dijk P. Somatosensory Intervention Targeting Temporomandibular Disorders and Awake Bruxism Positively Impacts Subjective Tinnitus. Audiol Res. 2025;15(5):114.
- de La Torre Canales G, Christidis N, Grigoriadis A, et al. Associations Between Temporomandibular Disorders and Tinnitus: A Systematic Review. CRANIO. 2025;43(6):969-985.
Lees ook: Kaakklemmen: een van de eerste signalen van stress in je lichaam
Lees ook: Wat is de allostase-theorie?
Lees ook: Functionele neurologische stoornissen (FNS)
Lees ook: Ademhaling en burn-out
-
Hersenschudding en aanhoudende klachten: waarom klachten soms maandenlang blijven
Reacties uitgeschakeld voor Hersenschudding en aanhoudende klachten: waarom klachten soms maandenlang blijvenHet ongeluk, de val, de bal tegen je hoofd, het is alweer maanden geleden. De huisarts zei dat het na een paar weken vanzelf over zou gaan. Je omgeving is allang doorgegaan met het gewone leven. Maar jij hebt nog steeds hoofdpijn, kunt je moeilijk concentreren, wordt duizelig van drukke plekken, en ’s avonds ben je op, terwijl je “toch niets bijzonders” hebt gedaan.
Je begint te twijfelen of dit normaal is. Dat is het niet, in de zin dat het uitzonderlijk is, maar het is ook geen inbeelding. Er is een naam voor: aanhoudende klachten na een hersenschudding, in de literatuur persisterende postcommotionele klachten genoemd. En het overkomt meer mensen dan je zou denken: tussen de 10 en 30 procent van de mensen met een lichte hersenschudding houdt weken tot maanden klachten, soms langer.
Waarom je hoofd niet gewoon “beter” wordt
Bij een hersenschudding raakt er doorgaans geen weefsel zichtbaar beschadigd, dat is precies waarom scans er normaal uitzien. Wat er wel gebeurt, is dat de klap een cascade in gang zet: de balans van ionen in je hersencellen raakt verstoord, de energiehuishouding van je hersencellen (de mitochondriën, waar we in ons artikel over mitochondriën dieper op ingaan) raakt tijdelijk uit balans, en de doorlaatbaarheid van de bloed-hersenbarrière verandert.
Bij de meeste mensen herstelt dit proces zichzelf binnen enkele weken. Bij een deel van de mensen blijft het systeem echter “aan” staan, ongeveer zoals een alarm dat na het gevaar niet meer vanzelf uitschakelt. Recent onderzoek wijst specifiek naar je autonome zenuwstelsel, je hormoonsysteem en je immuunsysteem, dezelfde drie regelsystemen die in de allostase-theorie centraal staan, als de systemen die na een hersenschudding uit balans kunnen blijven staan.
Waarom de klachten zo breed zijn
Een van de meest verwarrende kanten van aanhoudende klachten na een hersenschudding is hoe breed het klachtenbeeld is: hoofdpijn, vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid, prikkelbaarheid, slaapproblemen, soms ook angst of somberheid.
Dat lijkt op te veel om door één klap veroorzaakt te zijn, en dat klopt ook, in zekere zin. Wetenschappers zien dat exact dit klachtenpatroon sterk overlapt met andere aandoeningen waarbij dezelfde regelsystemen zijn ontregeld, zoals chronische vermoeidheid, fibromyalgie en langdurige spanningsklachten. Niet omdat het “eigenlijk hetzelfde” is, maar omdat verschillende triggers, een klap op het hoofd, een virus, langdurige stress, kunnen uitmonden in hetzelfde soort ontregeling van je lichaam.
Waarom volledige rust niet meer het advies is
Vroeger kreeg iedereen met een hersenschudding hetzelfde advies: een donkere kamer, zo min mogelijk prikkels, wachten tot het overgaat. Dat advies is inmiddels achterhaald voor mensen bij wie de klachten langer aanhouden.
Onderzoek laat zien dat een opgebouwd, rustig aeroob bewegingsprogramma, denk aan het soort intensiteit dat we beschrijven in ons artikel over bewegen als medicijn, de klachtenlast bij aanhoudende postcommotionele klachten juist kan verminderen. De sleutel is, net als bij andere vormen van langdurige overbelasting, opbouwen in kleine, haalbare stappen, niet forceren en niet vermijden.
Daarnaast blijkt goede voorlichting over wat er precies aan de hand is, zelf al bij te dragen aan herstel. Begrijpen dat je klachten een verklaarbare, behandelbare oorzaak hebben, vermindert de stress die de klachten anders in stand houdt.
Wat dit voor jou betekent
Als je maanden na een hersenschudding nog steeds klachten hebt, betekent dat niet dat je overdrijft, dat het “tussen de oren zit”, of dat je gewoon harder je best moet doen om er overheen te stappen. Het betekent dat een aantal regelsystemen in je lichaam de weg terug naar balans nog niet heeft gevonden, en dat gerichte, geduldige begeleiding dat proces weer op gang kan helpen.
Hoe wij hierbij helpen
Bij het Centrum voor SOLK behandelen we mensen met aanhoudende klachten na een hersenschudding als onderdeel van hetzelfde spectrum aan systeemklachten waar we ook burn-out, chronische vermoeidheid en FNS mee behandelen. We kijken naar het geheel: je zenuwstelsel, je energiehuishouding en je herstelvermogen, en bouwen van daaruit een programma op maat.
Herken je deze aanhoudende klachten na een hersenschudding of ander hoofdletsel? Neem contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen brengen we in kaart wat er bij jou speelt, en wat een realistisch herstelpad is.
Wetenschappelijke bronnen
- Pertab JL, Merkley TL, Winiarski H, Cramond KMJ, Cramond AJ. Concussion and the Autonomic, Immune, and Endocrine Systems: An Introduction to the Field and a Treatment Framework for Persisting Symptoms. J Pers Med. 2025;15(1):33.
- Heslot C, Azouvi P, Perdrieau V, Granger A, Lefèvre-Dognin C, Cogné M. A Systematic Review of Treatments of Post-Concussion Symptoms. J Clin Med. 2022;11(20):6224.
- Guidi J, Lucente M, Sonino N, Fava GA. Allostatic load and its impact on health: a systematic review. Psychother Psychosom. 2021;90(1):11-27.
Meer lezen over niet-aangeboren hersenletsel? Bekijk onze overzichtspagina over NAH.
Lees ook: Wat is de allostase-theorie?
Lees ook: Mitochondriën: waarom je cellen letterlijk minder energie maken
Lees ook: Bewegen als medicijn
-
Functionele neurologische stoornissen (FNS): als je lichaam signalen verkeerd doorgeeft
Reacties uitgeschakeld voor Functionele neurologische stoornissen (FNS): als je lichaam signalen verkeerd doorgeeftJe been werkt niet meer zoals het hoort. Of je arm trilt oncontroleerbaar. Misschien heb je aanvallen die op epilepsie lijken, maar de EEG blijft schoon. Je bent naar de neuroloog geweest. De scans zijn goed. Het bloed is goed. En toch is er duidelijk iets mis, want jij voelt het, en anderen zien het ook.
Dan krijg je een naam voor je klachten die je nog nooit hebt gehoord: functionele neurologische stoornissen, afgekort FNS. En de eerste reactie van bijna iedereen is dezelfde vraag: betekent dit dat het tussen mijn oren zit?
Het antwoord is nee. En het verdient een precieze uitleg, want dit is precies het punt waar de meeste mensen met FNS te weinig helderheid krijgen. Uit een grote patiëntenbevraging gaf slechts één op de tien mensen aan dat hun neuroloog bij de diagnose duidelijk had uitgelegd wat FNS eigenlijk is.
Wat FNS wel is, en wat het niet is
FNS omvat neurologische klachten, zoals verlammingsverschijnselen, trillingen, uitvalsverschijnselen of aanvallen, die niet het gevolg zijn van zichtbare schade aan je hersenen of zenuwstelsel. De vroegere naam, conversiestoornis, hoor je soms nog vallen. Die term is verouderd en wordt niet meer gebruikt, mede omdat hij ten onrechte de indruk wekte dat het om een psychische kwestie ging die zich “omzet” in lichamelijke klachten.
Wat FNS niet is: aanstellerij, aandacht trekken, of bewust gecontroleerd. De klachten zijn onvrijwillig en volledig reëel. Dat onderscheid is klinisch goed vastgesteld en losstaand van simulatie.
FNS is bovendien niet zeldzaam. Neurologen zien het bij ongeveer één op de zeven tot tien patiënten die op hun spreekuur komen, met naar schatting 80 tot 140 op elke 100.000 mensen die ermee te maken hebben.
Hoe artsen het herkennen
Een belangrijk misverstand is dat FNS wordt vastgesteld omdat er “niets gevonden is”. Dat klopt niet helemaal. Artsen herkennen FNS juist aan specifieke, positieve kenmerken tijdens het lichamelijk onderzoek: bewegingspatronen die inconsistent zijn met bekende neurologische aandoeningen, klachten die verminderen bij afleiding, of een trilling die van ritme verandert zodra je wordt gevraagd een ander ritme te tikken met je andere hand.
Dat zijn geen trucjes om je te betrappen. Het zijn juist tekenen die artsen helpen om FNS positief vast te stellen, in plaats van het pas te overwegen nadat alles andere is uitgesloten.
Hoe het ontstaat: je brein als voorspeller
De meest gangbare, wetenschappelijk onderbouwde verklaring komt uit onderzoek naar hoe je brein werkt als een voorspellend systeem. Je hersenen wachten niet passief op signalen uit je lichaam om vervolgens te reageren. Ze voorspellen voortdurend, op basis van eerdere ervaringen, wat er zou moeten gebeuren, en sturen je bewegingen en gewaarwordingen grotendeels op basis van die voorspelling.
Bij FNS raakt dat voorspellende systeem verkeerd afgesteld, vaak na een trigger zoals een fysieke verwonding, een infectie, een paniekaanval of een periode van intense stress. Het brein “verwacht” op basis van die gebeurtenis een bepaald patroon, bijvoorbeeld zwakte in een been, en die verwachting wordt vervolgens zo sterk en automatisch dat het de werkelijke aansturing van dat lichaamsdeel overneemt. Niet omdat je het jezelf aanpraat, maar omdat dit voorspellende proces grotendeels buiten je bewuste controle om verloopt.
Dit is dezelfde categorie mechanisme die we beschrijven in ons artikel over de allostase-theorie: een systeem dat is aangepast aan overbelasting, en dat die aanpassing vasthoudt lang nadat de oorspronkelijke trigger voorbij is.
Waarom dit geruststellend zou moeten zijn
Als het probleem in een aangeleerd, automatisch voorspellingspatroon zit, en niet in beschadigd weefsel, betekent dat ook dat het patroon aan te passen is. Dat is precies waarom gerichte behandeling, vaak een combinatie van fysiotherapie gericht op het herleren van bewegingspatronen en begeleiding gericht op het onderliggende stresssysteem, voor veel mensen met FNS tot merkbare verbetering leidt.
Onderzoek naar groepsvoorlichting bij FNS laat zien dat mensen die goed begrijpen wat er met hen aan de hand is, aantoonbaar beter betrokken raken bij hun eigen behandeling. Begrip is dus niet alleen prettig om te hebben, het is een meetbaar onderdeel van herstel.
Wat vaak meespeelt, en wat niet per se hoeft
Bij een deel van de mensen met FNS speelt een voorgeschiedenis van stressvolle gebeurtenissen of ingrijpende ervaringen mee. Dat is een reëel gegeven uit onderzoek. Maar het is nadrukkelijk niet zo dat dit bij iedereen met FNS aanwezig is, en de afwezigheid ervan zegt niets over hoe reëel jouw klachten zijn. FNS kan ook ontstaan na een fysiek trauma, een ziekte, of zonder dat er één duidelijke aanwijsbare oorzaak is.
Hoe wij hierbij helpen
Bij het Centrum voor SOLK zien we FNS steeds vaker, en we behandelen het als wat het is: een reëel, behandelbaar systeemprobleem, niet als inbeelding en niet als iets waarvoor je je hoeft te schamen. We combineren begrijpen wat er gebeurt met concrete, stapsgewijze oefening om je systeem te helpen de juiste signalen weer te leren afgeven.
Herken je dit in je eigen klachten? Neem contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Samen brengen we in kaart wat er bij jou speelt, en wat een realistisch behandelpad is.
Wetenschappelijke bronnen
- Nishi A, Stone J. Functional neurological disorder: an evolutionary perspective. Evol Med Public Health. 2025.
- Jungilligens J, Perez DL. Predictive Processing and the Pathophysiology of Functional Neurological Disorder. In: Perceptual Dysregulation in Psychiatric Nosology. Current Topics in Behavioral Neurosciences, vol 74. Springer; 2024.
- Bailey C, Agrawal N, Cope S, et al. Illness perceptions, experiences of stigma and engagement in functional neurological disorder (FND): exploring the role of multidisciplinary group education sessions. BMJ Neurol Open. 2024.
Meer lezen over FNS? Bekijk onze overzichtspagina over functionele neurologische stoornissen.
Lees ook: Wat is de allostase-theorie?
Lees ook: Wat is SOLK? De uitleg die je huisarts je niet geeft
